HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

In een beweging het riool in…

Column: Gijs de Swarte

In het café achter de markt waren tegen alle trends in nog steeds schraal bier, sjek en een gokkast de voornaamste handel. De kelner, een magere man van een jaar of veertig die zijn werk volbracht alsof hij net alweer de loterij verloren had, sloeg een aangeboden biertje af. De kroegbaas leek even zijn hoofd te schudden. ‘Weet je dat hij bij-na advocaat was geworden?’, zei hij, tegen niemand in het bijzonder. ‘En toen ging hij trouwen… ook bijna.’ Hij blies wat lucht door zijn neus, nam een slok van niet zijn eerste bier en keek nog eens naar de kelner. ‘Tis is m’n zoon’, zei hij toen.

Hennie heette hij, en de naam van de kelner was René. Dat wil zeggen, voor anderen. Voor de kroegbaas was en bleef het Nesie. Nesie was aan de middelen geweest. Zo van school, eraan begonnen met een stelletje rijkeluiskinderen. Maar Hennie kwam zelf uit het leven en toen een maatje van hem, Nesie bij de dealer vandaan had zien komen, had hij hem nog dezelfde avond in zijn lurven gegrepen.

Nesie was door Hennie het rechte pad op geschopt, had eigenlijk ook een goed stel hersens, was rechten gaan studeren en ontmoette E-li-za-beth. Bij het uitspreken van de naam gingen Hennies rechterwenkbrauw en mondhoek omhoog. Vervolgens wreef hij zijn duim en wijsvinger over elkaar, knikte veelbetekenend van ja, hief zijn bierglas naast zijn wang, en schudde van nee. Poen zat, zuipen ho maar, een andere betekenis was er niet aan te geven.

De vader van Elizabeth was advocaat met een eigen praktijk en omdat Nesie en Elizabeth zouden gaan trouwen en Nesie bijna afgestudeerd was werd er een feest georganiseerd in het huis van de familie aan de Côte d’Azur. Vijftien uur aan een stuk gereden, net aangekomen, stond Nesie daar naast zijn aanstaande vrouw in de tuin en keek naar de gasten die over de oprijlaan binnenkwamen; familie, vrienden, notabelen uit het dorp en zakenpartners. Hennie moest toegeven dat hij er niet bij was, dus het bleef gissen, maar hij had zijn bronnen en wist zeker dat de jongen pagus was geweest.

De moeder van Elizabeth kwam aanlopen, stak haar arm door die van haar dochter en zei dat ze nog even naar het dorp moesten om wat te halen. Nesie wilde wel even mee, zei hij.
Hoeft niet, zei de moeder.
Kan best wel even helpen, zei Nesie.
Nee, schat we zijn zo terug, zei Elizabeth.

En met z’n drieën reden ze naar het dorp.

Drain

Moeder en dochter werden van alle kanten begroet, Ah, u bent er weer, ‘t weer kon beter, de oogst was goed en de camembert vloog laag dit jaar. In de kleine supermarkt ging het spul verder. ‘Alsof de koningin binnenkomt’, zei Hennie die er een keer geweest was. Weer maakte hij met duim en wijsvinger het poen-zat gebaar

In de rij voor de kassa ging het verder over het weer, de oogst, de wijn, de kaas en de olijven – en toen werd mevrouw door de manager op haar schouder getikt. Of ze even wilden meekomen naar achter. Winkel door, gruizig kamertje in, drie stoelen voor een tv, waarop niemand ging zitten, en samen zagen ze hoe Nesie een ander gangpad inliep, een fles wodka uit het schap pakte, opendraaide, half leegdronk en weer terugzette.
‘Feest, huwelijk, studie en carrière in een beweging het riool in’, zei Hennie. ‘En nooit meer een druppel gedronken bovendien.’

Close Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.