HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

BLONDE VRIENDIN

Column: Gijs de Swarte

EEN MOOIE BLONDE VRIENDIN

De ene man is klein en dik op een welvarende manier; zeg eigenaar van een goedlopend Turks restaurant of een lokale supermarktketen. De ander ziet er uit als een boefje dat op latere leeftijd wijs geworden, zijn brood nu op een acceptabele manier verdient; denk sportschoolhouder, buurtcafé uitbater; groot, beetje gezet, duur leren jasje, goed geknipt wat langer haar en – en daar gaat het nu even om – een mooie blonde vriendin. Het café is overvol en ze schuiven er achter elkaar doorheen – tot zij op de Kleine Dikkerd stuit.

Blonde Vriendin

‘Ga jij naar toe?’, zegt hij. Het had ook ‘dat’ kunnen zijn, zoals in, Waar gaat dat zomaar heen?
‘Naar de wc’, zegt ze vriendelijk.
‘Wil je wat drinken?’ Hij houdt zijn biertje als voorbeeld omhoog.
Ze kijkt even om.
‘Oh, je bent met je vriendje? Je hebt hier zo een nieuw vriendje hoor.’
‘Ja maar ik ben juist heel erg blij met hem.’ Ze meent het, dat is te zien.
Hij doet een stap opzij en het stel gaat langzaam verder. Sportschool vraagt haar wat ‘dat was’, ze legt het uit, hij draait zich om en slaat de Kleine Dikkerd op zijn kont. Die pakt hem meteen in zijn nek. Het is een kantelpunt… maar dan komen hun handen bij elkaar in zo’n sportmannen begroeting, waarbij de duimen elkaar omklemmen. Ik meen te horen dat ze tegelijkertijd ‘smeerlap’ zeggen maar ik kan me vergissen.

Close Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.