Category Archives: Gijs de Swarte

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

Nooit/Zuidlijn…

Column: Gijs de Swarte

De aanleg van de Noord Zuid lijn is op straat beleefd een relatief geruisloze affaire. In de USA en Azië gaat het anders. In bijvoorbeeld New York is zo’n bouwterrein de hel op aarde; grijpkranen als draken, stortbakken als ravijnen en vrachtwagens met wielen waarnaast je jezelf in een verhaal over reuzen waant. Het geluid is dat van een olietanker die een stalen brug verwoest en dat dan – sirenes inclusief – non-stop. Krijg je een ijzeren staaf door je schedel, zit je ’s avonds aan het bier en de hamburgers met je maten football te kijken. De bouw vordert per uur en betreft het een wolkenkrabber in aanbouw naast de jouwe, kun je aftellen over hoeveel dagen je uitzicht verdwenen is.

In Azië worden zonder overleg hele krottenwijken weggebuldozerd en dan is het voor duizenden atleten, in sauna temperaturen en ’s nachts onder strafkamplicht – de bamboe raamwerken rond het bouwwerk bestormen en cement smeren tot je je anderhalve roepia per dag verdiend hebt. Het duurt een paar maanden maar dan staat er ook wat.

MINIKRAAN

Naast de Noord/Zuidlijn-werkzaamheden in de Ferdinand Bolstraat kun je theedrinken, bridgen en een boek lezen. De mannen dragen frisse oranje vesten, overleggen, lachen, en bedienen met zijn tweeën zo’n minigraafmachine; de een stuurt, de ander doet de grappen. Ze zijn thuis als de kinderen van school komen en kunnen aan tafel de komende vakantie bespreken. We weten dat de lijn een klein decennium te laat wordt afgeleverd en het budget verdrievoudigd is. Als je toevallig zo iemand bent – en je loopt langs de bouwplaats, is, Hee jongens, zo komt het he-le-maal nooit af, nauwelijks in te slikken. Maar dat zou er naast zijn. Het is niet hun fout, en dat ze onder Nederlandse omstandigheden kunnen werken is een zegen.

Ligt de lijn er tijdje, dan zullen we het gemak ervan snel als niet meer dan normaal ervaren maar iedereen zal even flink feestvieren als het geopend wordt. Ik vraag me af wie het succes dan zal claimen. Ik denk de bestuurders die op feesten en partijen nu nog onverwacht gebeld worden, afslag bar nemen, of een stapje uit de kring doen als de lijn ter sprake komt.

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

In een beweging het riool in…

Column: Gijs de Swarte

In het café achter de markt waren tegen alle trends in nog steeds schraal bier, sjek en een gokkast de voornaamste handel. De kelner, een magere man van een jaar of veertig die zijn werk volbracht alsof hij net alweer de loterij verloren had, sloeg een aangeboden biertje af. De kroegbaas leek even zijn hoofd te schudden. ‘Weet je dat hij bij-na advocaat was geworden?’, zei hij, tegen niemand in het bijzonder. ‘En toen ging hij trouwen… ook bijna.’ Hij blies wat lucht door zijn neus, nam een slok van niet zijn eerste bier en keek nog eens naar de kelner. ‘Tis is m’n zoon’, zei hij toen.

Hennie heette hij, en de naam van de kelner was René. Dat wil zeggen, voor anderen. Voor de kroegbaas was en bleef het Nesie. Nesie was aan de middelen geweest. Zo van school, eraan begonnen met een stelletje rijkeluiskinderen. Maar Hennie kwam zelf uit het leven en toen een maatje van hem, Nesie bij de dealer vandaan had zien komen, had hij hem nog dezelfde avond in zijn lurven gegrepen.

Nesie was door Hennie het rechte pad op geschopt, had eigenlijk ook een goed stel hersens, was rechten gaan studeren en ontmoette E-li-za-beth. Bij het uitspreken van de naam gingen Hennies rechterwenkbrauw en mondhoek omhoog. Vervolgens wreef hij zijn duim en wijsvinger over elkaar, knikte veelbetekenend van ja, hief zijn bierglas naast zijn wang, en schudde van nee. Poen zat, zuipen ho maar, een andere betekenis was er niet aan te geven.

De vader van Elizabeth was advocaat met een eigen praktijk en omdat Nesie en Elizabeth zouden gaan trouwen en Nesie bijna afgestudeerd was werd er een feest georganiseerd in het huis van de familie aan de Côte d’Azur. Vijftien uur aan een stuk gereden, net aangekomen, stond Nesie daar naast zijn aanstaande vrouw in de tuin en keek naar de gasten die over de oprijlaan binnenkwamen; familie, vrienden, notabelen uit het dorp en zakenpartners. Hennie moest toegeven dat hij er niet bij was, dus het bleef gissen, maar hij had zijn bronnen en wist zeker dat de jongen pagus was geweest.

De moeder van Elizabeth kwam aanlopen, stak haar arm door die van haar dochter en zei dat ze nog even naar het dorp moesten om wat te halen. Nesie wilde wel even mee, zei hij.
Hoeft niet, zei de moeder.
Kan best wel even helpen, zei Nesie.
Nee, schat we zijn zo terug, zei Elizabeth.

En met z’n drieën reden ze naar het dorp.

Drain

Moeder en dochter werden van alle kanten begroet, Ah, u bent er weer, ‘t weer kon beter, de oogst was goed en de camembert vloog laag dit jaar. In de kleine supermarkt ging het spul verder. ‘Alsof de koningin binnenkomt’, zei Hennie die er een keer geweest was. Weer maakte hij met duim en wijsvinger het poen-zat gebaar

In de rij voor de kassa ging het verder over het weer, de oogst, de wijn, de kaas en de olijven – en toen werd mevrouw door de manager op haar schouder getikt. Of ze even wilden meekomen naar achter. Winkel door, gruizig kamertje in, drie stoelen voor een tv, waarop niemand ging zitten, en samen zagen ze hoe Nesie een ander gangpad inliep, een fles wodka uit het schap pakte, opendraaide, half leegdronk en weer terugzette.
‘Feest, huwelijk, studie en carrière in een beweging het riool in’, zei Hennie. ‘En nooit meer een druppel gedronken bovendien.’

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

Nieuw is goed maar goed is beter

Fenix Books

Column: Gijs de Swarte

Vorige week liep ik langs Fenix Books in de Frans Halsstraat. In de etalage was zoals verwacht het werk van de net overleden schrijver en journalist Henk Hofland uitgestald. Zo doet eigenaar Marcel Dikstra dat al twintig jaar. De oranjekleurige boeken die tijdens de wedstrijden van het Nederlandse elftal gewoonlijk te zien zijn moeten dit jaar in de kasten blijven. Maar als de Tour straks begint mogen we vast en zeker rekenen op ‘The Lance factor’ van Mart Smeets, of met een toepasselijker titel en van de drugskoerier zelf: ‘It is not about the bike’. ‘Zadelpijn en ander damesleed’, van ‘Liza van Sambeek’ is te verwachten en misschien ‘Heldenlevens’ van Martin Ros. De autobiografie van Hillary Clinton en ‘All the president’s men’ van Carl Bernstein en Bob Woodward liggen al klaar. Naar verluidt is Dikstra boeken over Cuba aan het sparen, voor als Castro de sigaar is. En waarschijnlijk – hoewel hij het niet zomaar zal toegegeven, betreurt hij het een beetje dat de Amerikaanse verhoudingen met het eiland aan het normaliseren zijn. Dat zou het effect van een Castro-etalage na diens verscheiden misschien wat kunnen doen afnemen.

FenixBordDONE

Ongelofelijke haast
Kom je er binnen, zie je kasten met het beste en meest veelzeggende over elk denkbaar onderwerp. Je krijgt desgevraagd advies van iemand die wekelijks uit het hoofd de boekenbijlage van een Nederlandse krant zou kunnen samenstellen. En je krijgt: tijd. En ‘tijd’, daar wilde ik het even over hebben. In het kort dan, want – las laatst in Opzij, we hebben on-ge-lofe-lij-ke haast. Vandaar waarschijnlijk dat dezer dagen in veel boekhandels ‘nieuw’ en ‘goed’ aan elkaar gerelateerd zijn. Nieuw duurt kort, want daarop volgt opnieuw nieuw en dat laat niet lang op zich wachten. Bij Fenix zien ze het verband tussen de twee begrippen niet zo; nieuw is goed maar goed is beter, daar komt het wel op neer.

HoflandDone

Prachtige uitvinding
De Espresso Book Machine zie ik er dan ook zo snel nog niet komen, welk een prachtige uitvinding het ook moge zijn. Kort en goed, je klikt op een computerscherm aan welk boek je wil hebben en binnen vijf minuten is het geprint en gebonden, met een stevige omslag – en niet van een gewoon boek te onderscheiden. Scheelt opslag, transport, het retourneren van onverkochte exemplaren en het vernietigen van hopeloze restanten. Past in vrijwel elke boekwinkel en in theorie ook in het krap bemeten Fenix Books. Alleen zou Dikstra dan wat boeken de deur uit moeten doen.

Slagschip Siem

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

SLAGSCHIP SIEM

Column: Gijs de Swarte

In de supermarkt aan het Marie Heinekenplein wordt een politieserie opgenomen. Ik zie het klassieke tv-koppel; de oudere ervaren rechercheur en de jongere, straatwijze collega die zijn vuisten nog wel eens wil laten spreken. Een acteur die aan Harry Piekema, het reclamepersonage van Albert Heijn doet denken, praat opgewonden op ze in. Tot de regisseur het afbreekt.
‘Manuel, je bent kwaad’, zegt hij tegen Piekema. ‘Je wil dat ze wat gaan doen.’
Dan hoor ik: ‘Hee man’, kijk om, en zie Siem staan met een pak vla en een stapeltje Daklozenkranten in zijn hand. Hij houdt de kranten omhoog als hij ziet dat ik er naar kijk, en zegt: ‘Nog altijd een beetje illegaal hè.’
‘Wat bedoel je?’
‘Tegenwoordig heb ik wel een dak.’

Siem – mijn beste vriend op de middelbare school; we keken naar brave Engelse politieseries en hij deelde de boeken en films die hij wel al had gelezen en gezien. Death in Venice, veel begreep ik er niet van maar ook dat was meegenomen. Slagschip Siem noemde ze hem omdat hij grote voeten had, en met zijn eeuwige sandalen overal tegenaan liep en instapte. In de eerste klas schreef hij, wat hij zelf, een Thomas Mann monoloog noemde. Dat lag al moeilijk genoeg, maar dat hij het in de pauze voordroeg met een zwierige hoed op en een lange sjaal om, bleek een risico dat je in een klas vol pubers niet ongestraft kon nemen. Siem was behalve briljant ook een grappenmaker en als ze hem Slagschip noemden ging hij breeduit lopen en expres tegen van alles aanstoten. Maar hij huilde ook veel, werd snel boos en probeerde dan andere kinderen over de tafels te smijten, wat gelach opleverde omdat hij wel groot was maar geen vechtersbaas.

Ik kwam vaak bij hem thuis. Zijn ouders aten dier- en menslievend, biologisch dynamisch, maar maakten beestachtig ruzie… en scheidden. Zijn vader ging iets vaags vrijwilligs doen met afkickprogramma’s en verdween uiteindelijk in die wereld. Zijn moeder maakte de bedden niet meer op. De w.c. was te vies – en bril-loos – ondertussen in tegenstelling tot Siem. Op de toneelschool werd hij niet aangenomen. Hij studeerde nog even wat gogisch en kwam via een kraker met speed in aanraking. Afspreken ging niet meer.

Ik zag hem nog een paar keer; nerveus, zwetend en luidruchtig in Lijn 25. Op straat tijdens een winter, met blote voeten in afgetrapte sandalen, wegduikend voor de klappen van een winkelier bij wie hij een pak vla gestolen had. Ik rekende- en hij taaide af – zonder iets te zeggen. – En veel later in het Sarphatipark met een overall aan van een gemeentelijke schoonmaakploeg. Hij wilde me niet meer herkennen en daar liet ik het bij.

Nu heeft hij dure Nike’s aan en ik hoop dat hij ze niet gestolen heeft. Siem ziet dat ik ze zie en zegt: ‘Nee dat gaat niet nee.’ Als we opkijken staat er een productieassistente naast ons en rijkt hem een paar afgetrapte sandalen aan: ‘Deze ok, Siem?’. Een visagiste poedert zijn gezicht. De regisseur komt aanlopen: ‘Siem, wat wil je? In jouw script staat dat Manuel je meteen die klap geeft maar we kunnen het misschien ook buiten doen – en dat je dan eerst wegrent.’
‘Doen we’, zegt Siem, en terwijl hij mij veelbetekenend aankijkt: ‘Ik heb het vermoeden dat het in het echt, ook best wel eens zo zou kunnen gaan.’

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

BLONDE VRIENDIN

Column: Gijs de Swarte

EEN MOOIE BLONDE VRIENDIN

De ene man is klein en dik op een welvarende manier; zeg eigenaar van een goedlopend Turks restaurant of een lokale supermarktketen. De ander ziet er uit als een boefje dat op latere leeftijd wijs geworden, zijn brood nu op een acceptabele manier verdient; denk sportschoolhouder, buurtcafé uitbater; groot, beetje gezet, duur leren jasje, goed geknipt wat langer haar en – en daar gaat het nu even om – een mooie blonde vriendin. Het café is overvol en ze schuiven er achter elkaar doorheen – tot zij op de Kleine Dikkerd stuit.

Blonde Vriendin

‘Ga jij naar toe?’, zegt hij. Het had ook ‘dat’ kunnen zijn, zoals in, Waar gaat dat zomaar heen?
‘Naar de wc’, zegt ze vriendelijk.
‘Wil je wat drinken?’ Hij houdt zijn biertje als voorbeeld omhoog.
Ze kijkt even om.
‘Oh, je bent met je vriendje? Je hebt hier zo een nieuw vriendje hoor.’
‘Ja maar ik ben juist heel erg blij met hem.’ Ze meent het, dat is te zien.
Hij doet een stap opzij en het stel gaat langzaam verder. Sportschool vraagt haar wat ‘dat was’, ze legt het uit, hij draait zich om en slaat de Kleine Dikkerd op zijn kont. Die pakt hem meteen in zijn nek. Het is een kantelpunt… maar dan komen hun handen bij elkaar in zo’n sportmannen begroeting, waarbij de duimen elkaar omklemmen. Ik meen te horen dat ze tegelijkertijd ‘smeerlap’ zeggen maar ik kan me vergissen.

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

ONDERGEDOKEN

Column: Gijs de Swarte

Op de terugweg van boodschappen doen liep ik langs het Sarphatipark en moest denken aan interviews die ik voor het Joods Historisch Museum had uitgewerkt. Het was indirect werk voor Steven Spielberg’s Shoah Foundation; een fantastische organisatie die overal ter wereld gefilmde interviews heeft gemaakt met Joodse overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Het museum heeft die interviews in het archief en voor het gemak van de bezoekers moesten ze doorzoekbaar worden, op basis van steekwoorden als:

Onderduik

Hollandsche Schouwburg

Auschwitz

Onderduik

Wie kent ze niet ondertussen, die verhalen? Maar ze weer horen en zien vertellen… Een gezin zat jarenlang met enkele anderen ondergedoken bij het Sarpahtipark en de moeder legde uit hoe het was. De benauwdheid, niet benoemd maar wel omschreven – sloeg er vanaf; achterkamertje, te veel mensen, fluisteren, op de tenen lopen… De kleine ruzies; de een stampte, de andere snurkte… De dagelijkse angst; een inval bij de buren, die ene neef die er van wist, was die wel te vertrouwen? En de onderduikgever deed zijn best maar werd ook steeds banger… en bozer.

En toen was het bevrijding.

Ze vertelde hoe ze onzeker de trap afliep, de hoek om, de Albert Cuyp over, voorbij de Heineken Brouwerij naar het Weteringsplantsoen. Kijken of het veilig was, echt veilig. Het was een wedergeboorte, zei ze; een stap het leven in, alsof ze moest leren lopen. Letterlijk; ze had moeite met de rechte lijn. Het was, zei ze, in alle opzichten een ‘bevrijding’.

En dit stukje zou de naam van de serie eer aandoen als het hier ophield maar er volgde meer steekwoorden:

Niet Teruggekeerde Familieleden

Ingenomen Eigendom

Het Latere Leven…

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

SUPERMARKT-KONINGIN

Column: Gijs de Swarte

Het is sluitingstijd, donker en het regent. Het haar van de bejaarde dame voor me in de rij naar de kassa brengt me op de gedachte dat het woord ‘coiffure’ uit De Pijp verdwenen is. Zal wel komen omdat de mensen die van sjiek Frans onder de indruk waren, er niet meer wonen. Omdat ze met haar hoofd schudt vliegen er druppels in m’n gezicht. Ze draait zich om en zegt: ‘Is toch niet te doen dit?’
Eh… Ja? Nee..? Ik weet het even niet.
‘Nee echt. Waarom mensen ooit zijn gaan wonen in dit land? Het zou lekker weer worden.’
Met haar gezicht weer richting kassa zucht ze, en het betekent, Wat een leven.

Kassa3

Het meisje achter de kassa is een jaar of vijftien. Haar glanzende zwarte haar strookt niet met het rode uniform dat ‘nul persoonlijkheid’ moet uitdrukken. Ze zit er ook bij alsof er een feestje gaande is, met vriendinnen die speciaal op haar gewacht hebben om te beginnen met bij elkaar horen en lachen.
De jongen die aan de beurt is; lichte Elviskuif, zwart kostuumjasje aan, wit overhemd, spijkerbroek, zwarte puntschoenen; corps dus – heeft zijn telefoon tussen zijn wang en schouder geklemd en hoort niet dat ze vraagt of hij een bonnetje wil. Hij haalt een tientje uit zijn broekzak en neemt nog steeds telefonerend het wisselgeld aan. Terwijl hij zijn blikjes pakt dient hij haar nog een tiende van een hoofdknik toe.

De volgende klant is een kale oudere man die kijkt alsof hij vandaag lijken heeft moeten ruimen. Hij denkt, denk ik, dat ze een onderdeel van de kassa-unit is; lopende band, kassa, meisje, camerabol, pinautomaat… Ze groet hem met zangerige intonatie; goede, iets hoger dan avond, en vraagt ook hem als er afgerekend is, of hij een bonnetje wil.
‘Of ik wat wil?’, vraagt de man, en dan ‘Neuh’ terwijl zij nog niet verder is dan ‘Wilt u…’
Haar – ‘Dank u wel en tot ziens’, beantwoordt hij met de ‘Mja’ van iemand die de loterij net weer verloren heeft.

Mevrouw Coiffure gooit haar warmste ‘Hal-looo’, in de strijd en vraagt dan: ‘Hoe hou je het vol?’
‘Wat bedoelt u?’
Ze maak een hoofdbeweging naar de lijkenruimer.
Danique – heet ze, zie ik nu – haalt haar schouders op.
‘Maakt ‘t je niet uit?’
‘Het moet toch uit jezelf komen’, zegt Danique.
‘Wijs meid’, zegt Coiffure.
Buiten stopt het net met regenen.

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

ISCHA MEIJER

Column: Gijs de Swarte

Toen ik laatst in een verlegen lentezonnetje over de Stadhouderskade kuierde… moest ik opeens aan De Dikke Man denken. Ik heb hem daar eens ontmoet bij uitgeverij de Geïllustreerde Pers. Ik was blij dat ik voor hen werkte. Zij waren blij dat hij voor hen wilde werken. Dacht ik. We stonden naast elkaar bij het bureau van de hoofdredacteur en hij had dat handenwringende enthousiasme van de kleine winkelier ten opzichte van een klant. Net even te veel aangezet die lach, en die instemming met van alles en nog niks. Voor mij, twintig jaar jonger dan hij, was hij een voorbeeld. Hoe hij zijn pijnlijke jeugd publiek had gemaakt, aangrijpend – en zijn interviews natuurlijk; ‘nooit geëvenaard’ is wel van toepassing.

IMWorkedPiC

Ik stond er mezelf en een verhaal te verkopen en dat hij met zijn naam iets vergelijkbaars deed, vond ik schokkend. Blijkbaar bleef dat altijd, wat je ook bereikt had. Maar het was ook een les – als het altijd bleef was het geen te vermijden bijzaak maar een vereiste. Iets dat je moest accepteren en je je maar beter zo snel mogelijk eigen kon maken. Nog veel aan gehad, aan dat moment – en aan zijn werk natuurlijk ook.

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

ColumnGijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

DE SCHRIK VAN HEINEKEN

Column: Gijs de Swarte

Het Marie Heinekenplein; een stukje Amstelveenbeleving midden in Amsterdam, toefje Max Euweplein met een wolkje Europarking Marnixstraat, of laten we zeggen A2 meets Coentunnel maar dan voor de deur. Er zijn twee momenten in het jaar waarop het plein bijna werkt. Mocht het niet regenen dan is er die avond dat er buiten films worden vertoond. Het andere moment is de eerste warme voorjaarsdag, als de terrassen volstromen en iedereen zo blij is met het weer dat alles ok is, waar je ook staat.

Het is aangelegd in 1994 op de plek waar een deel van de Heinekenbrouwerij stond, en vernoemd naar Marie Heineken, een ver familielid van de brouwer dat vooral lieflijke schilderijen van bloemen maakte en van het plein waarschijnlijk zou schrikken. Geinig, wat er in mooie architectuurtaal over geschreven werd ten tijde van de opening. Men heeft het over ‘gestapelde woningen die zich elegant vleien rond een zuiver cirkelvormig plein’ – een ‘onverwacht open ruimte’ en een ‘gecompliceerd gecomponeerd complex’. Het verhaal gaat dat er zo’n dertig seconden is nagedacht over de flats eromheen. Bij de invulling van die open ruimte in het midden was men vast, vastbesloten lekker vrijuit te denken binnen het thema ‘parkeerplaats’. Laat ik het even opzoeken. Ja gevonden; de architect is Kees de Kat, toen werkzaam bij architectenbureau De Jong, Hoogveld en De Kat. Volgens de laatste berichten zijn ze alweer op vrije voeten. Best erg trouwens als je deze aardbol moet verlaten en dit monument van schaamte staat er nog steeds.

MarieHeinekenPlein (C) BWP

Laatst ben ik er even gaan zitten en zag als altijd de plas water in met midden, gescheurd roze asfalt, gaten in de bestrating waar ooit bloembakken vol ratten stonden, omgevallen scooters en terrasstoeltjes, opgestapelde tafeltjes en rode, rondwaaiende Dirk van den Broek tassen. Het mooie is dat het verdwijnt; de flats niet, het plein wel. Het heeft er een dikke twintig jaar uitgezien alsof het eigenlijk liever afgebroken werd en de komende maanden gaat die verholen hartenwens deels in vervulling. Komt dus een nieuw plein. Probleempje nog even met of Heineken de uitgang van de ‘Heineken Experience’ er nou wel of niet naartoe mag verplaatsen. De buurt brengt het op rode affiches onder woorden met de knarsende formulering ‘Hexit Nee!’. Wat de uitkomst daarvan wordt moet nog blijken maar zelfs groepen dronken toeristen zijn mooi meegenomen vergeleken bij wat het was.

HOE ALLES TOCH NOG GOED KWAM...

GijsdeSwarteCrdtsDavidBronkhorst

ANDRE HAZES

Column: Gijs de Swarte.

De Pijp waarin André Hazes opgroeide was anders dan nu. Mensen gingen er niet op vakantie en hadden soms zelfs geen telefoon. Auto’s hadden meertonige claxons, Dunhill stickers op de voorruit en stonden overal tussen de Bouvierdrollen op de stoep geparkeerd.
Toen ik André Hazes interviewde woonde hij al in zijn Vinkeveense villa. Z’n nieuwe hit en het aanstaande optreden was hem knakworst. Hij rafelde het af met veel, ‘Ah ja jongen’, er doorheen. Pas toen zijn oude buurt ter sprake kwam en hij hoorde dat ik er ook woonde kreeg hij er zin in, ‘Dat is toch mooi? Zit je toch vlak bij het Sarphatipark? Zal ik je ‘s vertellen wat wij deden? Nou, je hebt toch zo’n bruggetje daar? Ja dat was er vroeger ook al. Als het dan zomer was ging ik met m’n vriendjes eronder liggen. Kijken of we onder de rokjes van de vrouwen konden kijken.’

AndreHazesPic (C) BWP

Kapsoneslijers
Helaas moet ik bekennen dat ik ook behoor tot wat hij misschien ‘kapsoneslijers’ zou hebben genoemd; mensen die hem eerst te plat vonden maar later toch moest toegeven dat… Ik was er nog redelijk vroeg bij, wil ik ter verdediging toch wel even zeggen. Lang, lang, lang voordat die documentaire publiek werd.
Vandaag liep ik voor de gein het stukje Amsterdam dat hij ook vaak moet hebben gelopen; van zijn geboortehuis in de Gerard Doustraat naar het bruggetje in het Sarphatipark. De Kinderfeestwinkel zit er; een hemel van roze artikelen waar moeders en kinderen alleen al om te kijken speciaal voor omlopen. Boetieks met sieraden, tasjes van kralen en rozen in de etalage en daar vlak achter poloshirts waarop de namen van Amerikaanse universiteiten te lezen zijn. De Surinaamse toko doet met enorme doerians, papaja’s, kokosnoten en bergen rode granaatappels niet onder voor de beste groenteboer van Manhattan. De straatjes tussen de markt en het park waar André Hazes vroeger de auto’s, brommers en fietsen moest omzeilen, staan vol terrasjes die bij een beetje weer al bezet zijn. Waar je vroeger zwarte filterkoffie kon krijgen en een uitsmijter ham-kaas met ’n plakje augurk en een blaadje sla, is het nu roze champagne, wijn, fruit de mer, biologische yoghurt, pijnboompitten-brood en verse muntthee met echte bijenhoning, geblazen. De man is ongetwijfeld dezelfde man nog steeds – zijn bier is niet langer Amstel maar heet Staropramen en komt uit Tsjechië.

Ode
Je kunt er nostalgisch over doen maar het is onverdeelde vooruitgang. Zoals de manager van de supermarkt al zei: gezonder, meer variatie en meer kwaliteit. Heel wat minder armoede ook, en tuttig is het bij lange na nog niet. De ijzerwinkel en de verfwinkel, waar ze alles maar dan ook echt altijd alles hebben, zitten er nog steeds. Bij de islamitische slager draagt een man met een bebloede witte jas een halve koe naar binnen. In het Surinaamse eethuisje zitten vooral Surinamers, wat wel iets goeds moet zeggen over de kaart. Op het bruggetje in het park staat een man met een blik bier en zonder al te veel moeite kun je daar een ode aan de zanger in zien.